Wodan
Wodan, beter bekend als Odin, is de allerhoogste
der Goden. Zijn naam betekent letterlijk ‘Woede’ (of bezeten).
Wodan is een éénogige, bebaarde oude man omringd door
twee raven en door twee wolven, hij bezit een magische speer en is
bezitter van Sleipnir, zijn paard. Het feit dat Wodan slechts een
oog heeft betekent geen gebrek voor hem, integendeel! Wodan’s
naam komt ook nog voor in de middelste dag van
de week: Woensdag (Wodan’s dag).
Wodan is zoon van Bor (vader maar ook reus?) en Bestla (reuzinmoeder). Hij heeft ook twee broers, Vili en Ve, waarmee hij de werelden zou scheppen. Loki zou een halfbroer zijn van Wodan! Zijn vrouw is Frigga (ook een reuzendochter!). Tezamen kregen ze Balder, hun kind. Wodan heeft echter nog kinderen bij andere vrouwen verwekt: Donar bij Jörd (een Asin die soms als reuzin vernoemd wordt), Vidar bij de reuzin Grid en Vali bij de Asin Rind.
Wodan wordt omringd door twee raven, Hugin en Munin genaamd respectievelijk ‘Geheugen’ en ‘Gedachte’. ‘s Morgens vertrekken ze en vliegen ze de wereld rond op zoek naar interessantheden en nieuws om dan ‘s avonds, al zittend op Wodan’s schouder, al hun ingewonnen wijsheid te vertellen aan hun heer. Hierdoor kreeg Wodan de bijnaam van Ravenheer, Ravengod of Ravenkoning. Wodan bezit ook twee wolven die slechts door Wodan zelf kunnen gevoed worden. Hun namen zijn Geri (Gierige) en Freki (Vraatsige). Het paard Sleipnir dat Wodan in bezit heeft is een van Loki's kinderen. Sleipnir heeft acht poten en is daarom zo snel dat hij niet eens meer de grond raakt.
Wodan woont in het Valaskjalf met het zilveren dak waar ook zijn troon Hlidskjalf staat waarmee hij de negen werelden kan overzien.
Hij bezit een speer, Gungnir genaamd, die nooit zijn doel zal missen. Wodan zou deze speer over de mensheid hebben geworpen waardoor er oorlog in de wereld kwam. Daar de Asen immers ook Krijgsgoden zijn is Wodan dus ook de Oorlogsgod (in oudere verhalen zou Tyr deze functie dragen). Hij draagt de ring Draupnir die elke negende nacht acht identieke ringen afwerpt.
In
een poging om alle wijsheid van de wereld tot zich te nemen verloor
Wodan zijn rechteroog. Hij gaf deze weg in ruil voor een slok uit
de bron van Mimir. Hiermee zou hij wijsheid en kennis vergaren. Zijn
oog zou nog steeds op de bodem van deze bron liggen. Als men ‘s
nachts in de bron zou kijken zou men de weerkaatsing van de maan zien:
Wodan’s rechteroog. Hij hing negen dagen en negen nachten, verwond
aan de borst (hart) door zijn eigen speer, omgekeerd aan de Wereldes
als offer aan zichzelf zonder eten of drinken. Terwijl hij daar hing
kon hij de runen (de wijsheid) die in het heelal rondzweefden vangen
en tot zich nemen. De wijze god wordt steeds wijzer! Als Wodan niet
te Asgard verblijft trekt hij rond als zwerver in de wereld der mensen.
Op deze manier probeert hij steeds meer en meer kennis te vergaren
om zo het einde van de werelden te verhinderen.
Wodan kent de toekomst en weet dus dat de Goden tijdens de Ragnarok (de Godendeemstering) het pleit zullen verliezen. Met deze kennis probeert hij dus deze ramp zo lang mogelijk uit te stellen. Intussen verzamelt hij de elite der krijgers, de Einherjar. De Walkuren, de dienaressen van Wodan, houden voortdurend alle oorlogen in de gaten en kiezen vervolgens na de slag de beste gesneuvelde krijgers uit om hen als ‘ondoden’ naar het Walhalla te brengen waar zij wachten op de Ragnarok. De Walkuren kunnen het verloop van veldslagen bepalen en kiezen welk leger er wint. Zo kunnen ze sneller het Wilde Heir groter en sterker maken.
Wodan is niet alleen god der Krijgers maar ook als
de wijze god, god van de dichters. De naam Wodan kan ook geïnterpreteerd
worden als ‘Bezetene’ of ’Bezieler’. Vandaar
dat Wodan ook de god en bezieler van de dichters is. Wodan spreekt
ook slechts in rijm en verzen. Hij kan zo goed spreken zodat alles
dat men hoorde als waarheid overkomt. Zijn welsprekendheid is dus
een troef waarmee hij list en wijsheid kan combineren. Met gedichten
en verhalen worden de grote gebeurtenissen (de geschiedenis) van de
stam onthouden. De dichters bezaten dus aanzien en droegen ook een
grote verantwoordelijkheid in de stam. Menig verhaal werd verteld
bij het haardvuur tijdens de lange en koude winternachten over roemrijke
veldslagen en tegenslagen.
Als zeer wijze god kent Wodan ook menig toverspreuk. Hij is in staat om van gedaante veranderen en als dier of vogel vermomd door de wereld te dwalen. Hij weet verborgen poorten en deuren te vinden (en te openen) en kan hierdoor zichzelf in een oogwenk naar andere landen te verplaatsen. Wodan staat ook in contact met geesten waaraan hij inlichtingen kan vragen over verleden en toekomst. Hij kan, als god die zich al hangend aan de Yggdrassil geofferd heeft aan zichzelf, eveneens het leven terug schenken aan gehangenen. De wijsheid der runen komen hier meermaals ter sprake bij dit het terugschenken van het leven. Yggdrassil betekent overigens ‘paard van Ygg (‘de verschrikkelijke’, in feite een van de vele bijnamen van Wodan)’. Vandaar dat de galg, als werktuig voor een Wodansoffer, meermaals als een paard vernoemd wordt.
Wodan is een veelzijdige god, soms goed en soms kwaad. Hij is de bezieler van krijgers maar ook van dichters. Hij is de wijste van allen maar toch machteloos om de Ragnarok te verhinderen. Hij bracht oorlog in de wereld maar heeft tegelijk de mensheid meerdere malen uit hun nood geholpen. Duizenden offerden hun leven op om ooit aan zijn zijde te sterven tijdens de Ragnarok! Wodan is voor ons het voorbeeld om te strijden voor een betere wereld, doch zijn verwantschap met het reuzengeslacht maakt hem niet perfect (in tegenstelling met de goden van andere godsdiensten).
Heil Wodan, ons aller heer en god!