Inleiding in de Noordse spiritualiteit
In
zekere zin is het spreken over spiritualiteit een moeizame en lastige
aangelegenheid omdat het door velen die zich hebben losgemaakt van
religieus denken op een argwanende en veelal verkeerde wijze wordt
benaderd. Het Westerse beeld van god en geloof, en zo ook van spiritualiteit,
is dermate onderhevig aan het christelijke concept en dat van andere
volksvreemde geloven dat wij moeite hebben om hieraan te ontsnappen
en een juist beeld te vormen van een waarachtig Germaans religieus
concept. Toch is spiritualiteit van vitaal belang voor de Germaanse
gemoedsrust en zal u ongetwijfeld reeds vele malen in uw leven spirituele
momenten hebben beleefd. Men dient daarom alle eerdere foutief gevormde
concepten, betreffende spiritualiteit en het Germaans heidendom, los
te laten en zonder vooringenomenheid de spiritualiteit van de noordse
mens in uw eigen geest en persoon proberen te ontdekken. De eigen
geest vormt de blauwdruk voor de noordse goddelijke manifestering
en het is derhalve noodzakelijk deze aard in uwzelf te erkennen en
herkennen. Guido von List (1848-1919) merkte dit reeds in zijn "Das
Geheimnis der Runen" (1907) op:
"Koester het goddelijke in uwzelf, en u zal het goddelijke meester maken."
Hoewel religie in essentie een persoonlijke aangelegenheid is, is het een feit dat vele religieuze stromingen beschikken over een schriftelijk fundament dat aansluit bij de spirituele beleving. Het is echter noodzakelijk om te realiseren dat het boekwerk op zich niet de feitelijke leer belichaamt, maar dat zij aan de hand van de feitelijke leer wordt geïnterpreteerd en zo een individueel element toevoegt. Een van de duidelijkere voorbeelden hiervan is de grote hoeveelheid interpretaties van de bijbel door de verschillende christelijke stromingen, maar dit gaat feitelijk op voor alle bestaande geloven. Het dient derhalve niet verwonderlijk te zijn dat zich ook in het heidendom verschillende interpretaties hebben ontwikkeld. Het Nederlands Heidens Front is echter van mening dat ons religieuze erfgoed door vele interpreties te kort wordt gedaan uit overrationalisering of oversimplicatie van het noordse gedachtegoed. De overrationalisering is een voortvloeisel van onze materialistische cultuur, waarin enkel aan wetenschappelijk onderbouwde feiten waarde wordt gehecht (1) en een oversimplificatie van het heidendom komt voort uit een gebrek aan mystiek denken en een onbewuste repetitie van de christelijke geschiedschrijving.
Men dient zich te realiseren dat de religieuze beleving, alsook de intepretatie van het goddelijke in het heidendom verschilt met de algemeen geaccepteerde dogma's. Het goddelijke behoeft niet zoals dat veelal wordt gesteld van een god afkomstig of aan een godheid eigen te zijn, maar moet juist worden geïnterpreteerd als verhevenheid, schoonheid en heerlijkheid. Een heerlijkheid die terug te vinden is in alle aspecten van de noordse geest en hetgeen daaruit voortvloeit; van kunst tot literatuur, tradities en filosofie, alsook in de beleving van het natuurlijke schoon. Tevens is het noodzakelijk om te realiseren dat religie geen implicatie is voor het geloven in een fysische entiteit, met andere woorden een daadwerkelijk bestaand bovennatuurlijk wezen, maar dat de goden van het Germaanse pantheon manifestaties zijn van ons eigen geest.
Zulke implicaties worden echter te veelvuldig gemaakt. Het Germaanse heidendom wordt eenvoudig op een christelijke wijze benaderd en daar vloeien diverse ongegronde aannames uit voort. Zo wordt nogal eens gesteld dat de goden binnen het Germaanse pantheon, gelijk aan de god in het christendom, bestaande fysische entiteiten zijn. De almachtige schepper, de maagd Maria en de wedergeboorte van christus worden in al hun aspecten verdeeld over de diverse Germaanse goden, godinnen en mythologische overleveringen en worden als zodanig beleeft als Germaans heidendom. De Edda leent zich ook voor zulk een benadering, maar dat is niet verwonderlijk daar wij al reeds hebben geconstateerd dat het boekwerk op zich niet de feitelijke leer belichaamd, maar dat zij aan de hand van de feitelijke leer wordt geïnterpreteerd. Daarnaast dient in het achterhoofd gehouden te worden dat de Edda geschreven is door een christelijke auteur, Snorri Sturluson (1179-1241), die waarschijnlijk verscheidene mythen vanuit een christelijk perspectief heeft beschreven. Tevens dient men zich ervan bewust te zijn dat de Edda niet de enige bron van Germaanse overleveringen is. De Gesta Danorum, geschreven door een eveneens christelijke auteur Saxo Grammaticus (1190-1220), bevat veel mythen die ook in de Edda worden beschreven, doch de benaderingen ervan verschillen op diverse aspecten enorm. In een verwoede poging om aan deze foutieve benadering van het Germaanse heidendom toch aspecten van het natuurmysticisme, het natuurvererende karakter van voorchristelijke religies, toe te voegen, worden op veel te rationele wijze verscheidene natuurverschijnselen toegeschreven aan de diverse goden. Alsof Donar zelf zijn bokkewagen ment en met zijn hamer slaat om ons stervelingen de donder en bliksem te brengen.
Het grootste gebrek van al deze interpretaties is dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen het geloof, het volksgeloof en het bijgeloof. Natuurlijk zullen onder de vroegere bevolking zulke gedachten populair geweest zijn en de kracht van de mythen en sagen hebben ondersteund. Echter, ondanks enkele oude rituele praktijken die zulke implicatie wellicht kunnen ondersteunen betekent dat niet dat het ten grondslag aan de noordse spiritualiteit lag. In zijn artikel "Drieërlei soorten geloof" stelt Jan de Vries (1890-1964):
"...Wodan en Donar zijn meer dan een natuurwetenschappelijk onverklaarde kracht en de cultus, die hun gebracht werd, had zijn bron en diens bestaansgrond in heel wat diepere zielsbelevenissen dan in een geloof aan natuurwetenschappelijk onverklaarbare verschijnselen..."
Zoals
reeds is vermeld beschikken vele geloven over heilige geschriften.
In het heidendom vervullen voornamelijk de reeds genoemde Edda's
deze rol. Echter, ook al de andere aan ons overgeleverde mythen
en sagen dienen op deze wijze te worden benaderd. De gehele verzameling
is vervuld van gedachten omtrent normen en waarden, moraal en ethische
regels, maar geeft geen specifiek inzicht in de achterliggende religieuze
leer. Het is de religieuze leer die deze verzameling tot heilige
geschriften maakt. Deze tweeledigheid treft men ook aan bij het
verrichten van religieuze handelingen. Het zijn niet de handelingen
op zich die een religieus karakter geven aan een rituele traditie,
maar de zin die de handelingen hebben voor de aanwezigen. De vele
traditionele handelingen die tot voor kort nog in zwang waren hadden
enkel meerwaarde als er een religieuze zin aan werd gegeven door
de aanwezigen. Het vieren van oogstfeesten en het ophangen van de
oogstkrans op het akker ter ere van de natuur hadden geheel geen
invloed op de oogst van het volgende jaar, maar diende ter bezinning
van de eigen ingebrachte arbeid en de lotverbintenis met de aarde.
Dit alles gaf zin aan de handeling waardoor deze een quasi-religieuze
vorm kreeg.
De inhoud van de Edda verschilt al naar gelang het motief van de lezer. De meeste personen zullen de verhalen lezen zoals zij zijn opgesteld zonder zichzelf verdere vragen te stellen, verbanden te zoeken en zich te verdiepen in de epische structuur, de polynamie (het gebruik van meerdere namen voor een en dezelfde figuur) en de gebruikte versmaten. Door de Edda's zo 'beknopt' te bestuderen gaat er een groot gedeelte van de inhoud aan de lezer voorbij. Dit geldt eveneens voor de bestudering van de verschillende personages in de diverse bronnen. Indien men zich enkel verdiept in de oppervlakkige kennis van de mythen en het Germaanse pantheon blijft men immer in het duister tasten naar de achterliggende gedachten. Echter, omdat dezen uiterst omvangrijk zijn is ervoor gekozen om hier in volgende artikelen verder op in te gaan.
Wat echter wel uiterst belangrijk is, en dat daarom wel al reeds zal worden behandeld, is dat u zich een begrip te kan vormen hoe het Germaanse pantheon dan wel geïnterpreteerd dient te worden. Zoals eerder in dit artikel vermeld zijn de goden en godinnen van het germaanse heidendom manifestaties van onze eigen geest. Vele aspecten van een god, danwel godin, vinden weerklank in het diepste van ons wezen. Zo is er bijvoorbeeld in de Germaanse volksgeest duidelijk sprake van zowel een driftmatig-emotionele, als intuïtief-inspirerende zijde van ons onderbewuste. Dit wordt gepersonificeerd door Wodan, enerzijds de woedende en razende god en anderzijds de wijze, de kenner der runen en de lotsverkondiger. C.G. Jung (1875-1961) stelt zelf in zijn inspirerende artikel "Wodan" (1936):
"Wodan is een Germaans oergegeven, een waarachtigste uitdrukking en een onovertroffen personificatie van een karaktereigenschap, die vooral voor het Germaanse volk fundamenteel is."
C.G. Jung was een psycholoog en zijn theoriën sluiten dan ook niet geheel naadloos aan op de spirituele beleving, maar desondanks vormen zij een goede basis omdat hij vele begrippen heeft benoemd en uitgewerkt die van vitaal belang zijn bij het begrijpen van de beleving van het Germaanse heidendom zoals het Nederlands Heidens Front dat beleeft (Wij moedigen u dan ook ten zeerste aan om de psychologie van C.G. Jung, met betrekking tot de hierna te behandelen begrippen zoals het collectief onderbewuste en de archetypen, alsook synchroniciteit, zelf te gaan bestuderen om een dieper inzicht in onze benaderingswijze te verwerven).
De psyche van de mens bestaat uit twee sterk interacterende niveaus; het onderbewustzijn (onderverdeeld in het persoonlijk onderbewuste en het collectief onderbewuste) en het bewustzijn. In het bewustzijn worden alle beelden en ideeën door het individu waargenomen, m.a.w het individu is zich ervan bewust. Het persoonlijk onderbewuste omvat daarentegen alle beelden en ideeën, waarnemingen en ervaringen die ooit door het individu zelf al dan niet bewust waargenomen zijn, maar die zijn onderdrukt en/ of vergeten. Het wordt gevormd door persoonlijke ervaringen en is derhalve een unieke psychische bagage, die veelal gemakkelijk weer bewust kan worden gemaakt, m.a.w. herinnerd kunnen worden. Het collectieve onderbewuste is daarentegen geworteld in het voorouderlijke verleden van ons Volk. De ervaringen van onze voorvaderen, waaronder universele concepten als god, hemel en aarde, worden als psychisch potentieel overgeërft en doorgegeven van de ene generatie op de andere en zijn ook nu nog aanwezig in ons eigen psyche.
In tegenstelling tot ons persoonlijk onderbewustzijn is het collectieve onderbewuste actief en beïnvloed het onze gedachten, emoties en acties; het is verantwoordelijk voor de mythen, legenden en ideeën die ons Volk in de loop der eeuwen heeft voortgebracht. Enkele van deze concepten, in eerste instantie vormloze concepten die enkel een bepaalde visie of actie representeren, groeien langzaam uit tot archaïsche beelden. Deze beelden zijn psychisch geworden entiteiten en kunnen zich zelfs visueel manifesteren in onze eigen geest. C.G. Jung noemde deze psychische vormen archetypen en verbond deze aan de goddelijke beleving van ons Volk.
"Ons bewustzijn verbeeldt zich enkel dat het zijn Goden heeft verloren; in werkelijkheid zijn zij er nog steeds, en is er maar een bepaalde algemene conditie voor nodig om hen in volle kracht te laten terugkomen."
Archetypen
zijn voorouderlijke beelden die in ons collectieve onderbewuste
sluimeren en welke zich vanuit een intuïtieve gedachte hebben
kunnen ontwikkelen, daar ons denkvermogen tot een hoger niveau van
zijn is geëvolueerd. Het zijn niets minder dan de primitieve
ideëen en symbolen die onze waarneming van de wereld en de
positie van ons Volk daarin representeert. Het collectieve onderbewuste
is onze ziel, onze volksziel, en haar archetypen onze goden. Over
het algemeen wordt aan het archetype gerefereerd als enkel onze
mentale waarneming van een onbevattelijke kracht. Het is daarentegen
in feite een mentale afspiegeling van onze geest welke aan ons de
energie, de voedingsbodem en de wil kenbaar maakt die voorbij ons
bestaan ligt. Deze krachten achter de archetypische beelden/ concepten
worden psychoïden genoemd (2).
De psychoïden drijven een mens tot actie en bepalen onze persoonlijkheid. De archetypen kunnen echter nooit geheel worden bevat, maar door hun natuur uit te drukken in pantheons, mythen, fantasiën en ideeën kunnen zij wel geactiveerd worden. Hoewel er een onnoemelijk aantal archetypen kunnen bestaan, zijn er maar een weinig geëvolueerd tot het punt dat zij daadwerkelijk konden worden geconceptualiseerd. De goden van het Germaans heidendom, alsook vele Indo-Germaanse symbolen, zijn geconceptualiseerde archetypen en dienen derhalve als sleutel om onze eigen psyche te kunnen bevatten en om de goddelijke Germaanse beleving weerom te activeren.
Het bestaan van de psychoïdisch/ archetypsiche relatie valt gemakkelijk te bewijzen aan de hand van de duidelijke overeenkomsten tussen de verscheidene Indo-Europese (Arische) pantheons. Al de goden en godinnen, hoewel uniek voor alle Indo-Europese volkeren en de tijdsgeest waarin de mythen zijn opgesteld, zijn desondanks uitdrukkingen van dezelfde psychoïden. Het is dezelfde psychoïde die wij als Germanen herkennen als Wodan, die in de Helleense psyche werd beschouwd als zijnde Prometheus, dezelfde psychoïde die wij herkennen als Donar, die in de Helleense psyche werd beschouwd als zijnde Zeus enzovoorts. Wanneer wij ons hier terdege van bewust geraken, begrijpen wij eveneens dat al de goden en godinnen van ons verleden uitdrukkingen zijn van een diepere achterliggende essentie die nog immer in onze volksziel en daarmede dus tevens in onze persoonlijke ziel voortleeft.
Vanuit dit perspectief kan ook het natuurmysticisme van het Germaanse heidendom worden verklaard. De psychoïden hebben een algemeen oppervlakkige, exoterisch-archetypische, betekenis, zoals ze in de mythen en sagen worden beschreven en een cosmisch, esoterisch-psychoïdische, betekenis. Zo is de Wodan-psychoïde enerzijds de Alvader, de god der wijsheid en de eenogige einzelgänger in de oppervlakkige benadering en anderzijds het actieve principe der Kosmos en de creatieve kracht achter de evolutie in de cosmische benadering. De op de natuur gerichte verering dient dus geheel niet letterlijk te worden genomen; het is gericht op de meest innerlijke essentie in onze ziel. Het allesomvattende wordt benaderd om in contact te komen met ons diepste innerlijke wezen.
Deze psychoïden zijn de ware spirituele essentie van ons Volk en het is daarom niet verwonderlijk dat, indien men zich daadwerkelijk interesseert in de Germaanse symboliek en mythen, bepaalde symbolen een opmerkelijke kracht uitoefenen op onze geest. Het is derhalve voor onze geestelijke en spirituele gemoedrust van essentieel belang dat wij trachten opnieuw in contact te komen met onze goden en dit is dan ook een van de doelstellingen van het Nederlands Heidens Front. In verdere artikelen zal ook hier dieper op ingegaan worden.
"Sinds
de sterren van de hemel zijn gevallen en onze hoogste symbolen verbleekt
zijn, heerst er een geheim leven in het onderbewuste. Daarom spreken
wij heden ten dage over het onderbewuste. Dit alles was en is volstrekt
overbodig in een tijd en cultuur, die symbolen bezit. Want symbolen
zijn geest van boven, en dan is ook de geest boven."
C.G. Jung
M. / NlHF
Voetnoten:
1. Deze interpretatie beschouwt de Germaanse goden als niet meer
dan een manier waarop de Germaanse mens zin aan de natuurverschijnselen
gaf.
2. Om dit te verduidelijken bekijken we nu de vergelijkbare, maar bevattelijkere, situatie omtrendt onze instincten. Wat normaliter verstaan wordt onder 'onze instincten' zijn in feite de uitdrukkingen van onze instincten. Niemand weet wat instincten zijn, alleen de reactie die het veroorzaakt. Indien ons lichaam zich automatisch voor een mogelijk ongenoegen beschermt wordt dat instinctief genoemd. Doch na verdere overweging blijkt dat hetgeen wij instinct noemen enkel een reflex is die wordt gestuurd door het instinct. Het instinct is een levensbeschermdende kracht waarover wij tot op heden weinig weten. Het enige dat wij hebben is een mentaal begrip van een kracht welke wij niet op een rationele wijze kunnen bevatten.