Herfst-tijd

Herfst-tijd

Rot-tijd

Eeuwige wederkeer

Een dieprode schicht in Audhumla’s parelzee
Kwik en lood ten spijt, de essentie reeds bereikt
Onooglijk traag neemt de Aardemoeder haar vruchten tot zich

Freya’s tranen kleuren vier vleugels geel 

De zon, haar is een kort leven beschoren
Goudbergen, roodbossen, gloedbaard
Overal het schijnsel van de Hemelrijn
En daarboven, een ruiter met diepgulden sporen

Reeds kondigt hij de duisternis aan…

(Irminiaz)