Germaanse Jaarfeesten
"Alle
gemythologiseerde natuurprocessen, zoals winter en zomer,
de schijngestalten van de maan, regenseizoenen enzovoort,
zijn geenszins allegorieën van deze objectieve ervaringen.
Het zijn integendeel symbolische uitdrukkingen van het innerlijke
en onbewuste drama van de ziel, dat via de weg van de projectie,
dat wil zeggen gespiegeld in natuurverschijnselen,
voor het menselijk bewustzijn toegankelijk wordt."
(C.G. Jung)
De jaarfeesten die ons volk van oudsher vieren worden allen gekenmerkt, evenals bij andere heidense religies, door natuurverschijnselen waaraan een gemythologiseerde betekenis wordt toegekend. Vele van deze natuurverschijnselen waren in het verleden van cruciaal belang voor de samenleving en haar overleving. De maatschappij was gevormd naar de loop van de seizoenen, welke ieder een nieuw tijdperk inluidde voor de agrarische cultuur en het is daarom aannemelijk dat de vier grote jaarfeesten plaatsvonden rond de zomer- en winterzonnewende en de lente- en herfstequinox. Omdat de tijdsaanduiding werd gerelateerd aan de maanfases, hoogst waarschijnlijk was de eerste dag van de maand een volle maan, moet daar bij het benaderen van de data rekening mee worden gehouden.
Er zijn weinig bronnen die hierbij als echte leidraad kunnen fungeren en de bronnen die er zijn, zijn over het algemeen slecht geschreven en bewaard gebleven. Veel van de huidige christelijke feesten zijn van heidense origine, maar door de meer dan duizend jarige verkerstening is er van de oorspronkelijke betekenis weinig over. Dit in ogenschouw nemend, is het haast een onmogelijke opgave accuraat te zijn in het vaststellen van de juiste data en aard van de verschillende feesten. Toch is het vieren van de oorspronkelijke feesten van groot belang, daar de natuurprocessen door hun gemythologiseerde symboliek uiting geven aan onze volksziel. Juist door het vieren van de traditionele feesten en het uitvoeren van de daarbij behorende rituelen kunnen deze uitdrukkingen weer voor ons bewustzijn toegankelijk worden.
De data van de zonfeesten, de zonnewendes en equinoxen, zijn aan de hand van de kosmische standen vrij gemakkelijk te plaatsen. Zo herkennen wij; Ostara (20.03), Midzomer (21.06), Oogstdank (22.09) en Joel (21.12-02.01).
De volle-maanfeesten worden een lastiger verhaal. Uitgaande van het achtspakige wiel moeten de vier volle-maanfeesten geplaatst worden tussen de vier zonfeesten. Echter omdat hier meerdere volle-maanfases voorkomen zijn wij genoodzaakt een beroep te doen op enkele vaag voorkomende regels. Een van de regels betreft Frøblót, gelijkend aan het Scandinavische Disablót of Disathing:
"Wanneer dertien daags nieuw naar volle maan gaat, dan Disathing in Upsala staat."
Hieruit kan worden geconcludeerd dat men na afloop van Joel wacht op de eerste nieuwe maan en dat Frøblót gevierd wordt op de daarna volgende volle maan. Hieruit zou dan kunnen worden afgeleid dat Frøblót gevierd wordt op 01.02 voor 2003, let wel dat de maanfases per jaar verschillen en zo ook de data van de volle-maanfeesten.
Voor de overige drie volle-maanfeesten is er een andere regel, waarvan de oorsprong niet duidelijk is, maar welke door meerdere organisaties wordt gehanteerd. Deze regel luidt dat de volle-maanfeesten worden gevierd op de tweede volle maan na afloop het laatste zonfeest. Deze regel volgend komen de data voor de overige drie volle-maanfeesten, voor 2003, op respectievelijk; 01.05 (Meifeest), 29.07 (Oogstfeest/ Ding-tijd) en 25.10 (Winternachten).

Er is echter ook een hele andere theorie, die stelt dat de feestdagen niet noodzakelijkerwijs aan de hand van astrologische gebeurtenissen werden berekend. Omdat de kalender was gebaseerd op agrarische cycli, de cyclus van de natuur en de daarbij behorende organische ontwikkelingen, kan het zijn dat de feestdagen hieraan waren verbonden. Het is dan aannemelijker te veronderstellen dat de viering van het begin van de lente was gerelateerd aan het zien van het eerste roodborstje of het eerste viooltje dan dat het was gerelateerd aan enkel de astronomische gebeurtenis van de lenteequinox. Als dit het geval zou zijn dan zou er geen universele Germaanse kalender hebben bestaan en zouden de feestdagen gevariëerd hebben tussen de verschillende stammen. Echter, bij benadering is de agrarische cyclus verbonden aan de astrologische cyclus en zo ook de volgorde waarin de verschillende feesten werden gevierd.
Winternachten
Winternachten wordt in sommige bronnen gelijkgesteld aan het Germaanse
oudjaar, het klein-nieuwjaar, welke het einde inluidt van de oogsttijd.
Rond deze tijd stopt de natuur met het geven van haar levensbrengende
krachten. Het is het begin van de duistere periode waarin de mensen
hun leven meer binnenshuis doorbrengen en meer gericht zijn op spirituele
zaken. Tijdens deze periode, en de daarop volgende midminter, wordt
de aandacht gericht op alle mysteriën rond de dood en het herdenken
en eren van onze voorouders.
Joel
Joel is waarschijnlijk het hoogtepunt van de gehele midwinter periode,
die duurt van Winternachten tot aan groot-nieuwjaar, de 6e dag van
de Louwmaand, Januari. Joel is een jaarfeest met verschillende gezichten.
Ten eerste wordt de winterzonnewende, en het lengen van de dagen,
geëerd. Het is de tijd waarin de zon op haar zwakst is, maar
waarna haar kracht weer langzaam maar zeker terugkeert. De kerstboom,
Joel-boom, is hier een duidelijk overblijfsel van. De wintergroene
boom staat voor het overleven van de natuur in deze donkere periode
en werd daarom ook versierd. Een duidelijke gelijkenis is natuurlijk
de levensboom, Yggdrasil. De kaarsjes symboliseren het licht, dat
de duisternis overwint, de versieringen kunnen worden gezien als
offergaven en de piek is mogelijk een referentie naar Wodan's lans
Gungnir. Er zijn bronnen die deze boom de naam Mimameida geven,
waaronder de drie lotsgodinnen (net als bij Yggdrasil), de drie
bronnen bewaken waarmee de bron van Mimir, de bron van wijsheid
en kennis, wordt geëerd.
Tevens worden op verschillende dagen verschillende Goden geëerd. Op moedernacht, de dag voor de winterzonnewende, werd de familie en de Disir herdacht met Frigga als patrones. Op de dag van winterzonnewende kwam de witte Ase, Heimdal (nu bekend als de kerstman), langs om zijn kinderen te geven wat ze verdiende. Op de overige dagen werd Freya's dag en het lichtfeest gevierd, waar ook Alvader Wodan wordt geëerd. Ten slotte is er het gemeenschappelijke Joelfeest, waarbij Donar geëerd werd. Het is de tijd van het jaar waarin de gemeenschap binnen het Odinisme wordt herdacht om de verbinding en solidariteit tussen ons te versterken.
Ten slotte is dit ook de periode waarin de Oskorei, de wilde jacht, op zoek gaat naar nieuwe leden. Deze furieuze processie der doden is waarschijnlijk nauw verbonden met de voorbode van de dood. In enkele ooggetuigenverslagen, meestal daterend uit de middeleeuwen, wordt deze verschijning in detail beschreven. In een gedicht van Hans Sachs, genaamd "Das wuntend Heer der kleinen Dieb", wordt de Wilde jacht beschreven als een woeste stoet met vliegende raven die de ogen uit de doden plukken tot er als laatste van de stoet een man langs komt die dezelfde dag was opgehangen en die zijn ogen nog had en hem daarmee doordringend aankeek.
De gehele Midwinterperiode wordt op de 6e dag van de Louwmaand afgesloten met het groot-nieuwjaar. Dit is van oudsher de dag van Freya.
Disathing
Disathing luidt het begin in van de terugkeer van de vitale krachten,
welke bij Winternachten waren verdwenen. Rond die tijd werden de
meest lokale bijeenkomsten gehouden. Het is ook de tijd dat de grond
klaar werd gemaakt voor het planten van de nieuwe zaden. Het is
een tijd van voorbereidingen voor de dingen die gaan komen.
Ostara
Ostara is het feest van de lente en de nieuwe vruchtbaarheid en
wordt gevierd rond de lente-equinox. De zon is halverwege haar reis
van winter naar zomer. Vruchtbaarheidsrituelen werden uitgevoerd
om de verbintenis met de hernieuwde activiteiten op de akkers te
vieren. Zaden werden symbolisch teruggegeven aan de grond als een
offer voor de oogst van het jaar ervoor.
Zowel Ostara als het Meifeest zijn vruchtbaarheidsfeesten met dezelfde essentie. Het vieren van de lente, het eren van de vruchtbaarheidsgoden, over het algemeen de Wanen, en het uiting geven aan de hoop dat de volgende oogst voldoende is tot het daarop volgende seizoen.
Een duidelijk overblijfsel zijn de versierde eieren en de paashaas. De eieren zijn een teken dat uit de schijnbaar dode natuur, nieuw leven ontstaat. In sommige bronnen staat vermeld dat de eieren, meestal versierd, vroeger voor een haas, het heilige dier van Ostara, werden gelegd om de relatie met de cosmische cyclus te vernieuwen. De geboorte van de natuur in de lente, na de dood van de winter.
Meifeest
Het meifeest is eigenlijk net zoals Ostara een vruchtbaarheidsfeest.
Wellicht kan men het uitkomen van de eieren en het uitkomen van
de knoppen uitleggen als de causale manifestering van de bij Ostara
gevierde nieuwe vruchtbaarheid.
Midzomer
De zomerzonnewende is de viering van de uiteindelijke overwinning
van de zon in de jaarcyclus en de volle manifistatie van de levenskrachten,
welke tijdens Joel werden herboren. Midzomer is de langste dag van
het jaar. Tijdens de Midzomer spelen, net als bij Joel, vuur en
vruchtbaarheid een grote rol. In deze periode is de kracht van de
zon het sterkst. Dit is het enige feest waarbij aan het gehele pantheon
van de Germaanse Goden en Godinnen offers werden gegeven.
Oogstfeest/
Ding-tijd
Ding-tijd was de periode van de grote regionale of nationale bijeenkomsten,
waar aan de sociale aspecten van de gemeenschap aandacht werd gegeven.
Het is de tijd wanneer allerlei afspraken en gerechtelijke dingen
werden afgehandeld.
Tevens wordt de Aarde bedankt voor alles wat zij heeft voortgebracht. Het koren kan van het veld worden gehaald, en de eerste voorbereidingen beginnen voor de winter. Vaak werd een deel van de oogst, als offer aan de Goden, op het land achter gelaten.
Oogstdank
Oogstdank is het begin van het einde van de natuurlijke cyclus waarin
dingen ontstaan en weer verdwijnen, om weer opnieuw te ontstaan.
Dit feest heeft zeer grote gelijkenissen met het Oogstfeest en vindt
plaats in het laatste gedeelte van de Oogstmaand, de tijd waarin
noten verzameld worden en vruchten geplukt. Tijdens het feest bedankt
men, net als bij het Oogstfeest, de Aarde voor de geschenken. Tevens
zijn de nachten na deze datum weer langer dan de dagen en gaat het
leven zich dus steeds meer naar binnen keren.
Het einde van deze periode werd gevierd op het begin van Winternachten, waar het klein-nieuwjaar deze grote cyclus ten einde maakt.
M. / NlHF