Frigg en de vruchtbaarheidsgodinnen
In dit artikel wil ik een uiteenzetting geven over de rol van de vrouwelijke vruchtbaarheidsgodinnen in onze Germaanse landen. Vooraf moet er gesteld worden dat dit een zeer omvangrijk domein is. Bijna elk volk, elke regio, heeft een eigen naam voor hun vruchtbaarheidsgodin. Ze hebben door de jaren heen allen eigen kenmerken gekregen, eigen gebruiken en ja zelfs eigen kultussen. Toen het heidendom verboden werd, leefde de gedachte van de vruchtbaarheidsgodinnen verder in de folklore. Het koncept werd vager en ongedefinieerder. Doch, we weten met zekerheid dat alles teruggaat op een oeroud motief omtrent vruchtbaarheid.
Laat ons beginnen met de bekendste vruchtbaarheidsgodin, nl. Frigg. Frigg(a), is één der Asyniur, de vrouwelijke Asen, en de vrouw van Odin, de Alvader. Een nadere beschrijving lezen we in de Gylfaginning:
Odins vrouw heette Frigg, de dochter van Fjorgvin, en van hen stamt het geslacht af dat wij Azen noemen. Zij bewoonden het oude Asgard en de rijken die ertoe behoren en hun hele geslacht is goddelijk.
en
Zijn (Odin) vrouw is Frigg. Zij kent de toekomst van de mensen, ook al doet ze geen voorspellingen.
Ze is de godin van de huiselijke arbeid, echtelijke liefde en het bewaren van geheimen. Samen met Odin rijdt ze mee tijdens de Wilde Jacht. Ze woont in een paleis Fensalir (veenzalen) genoemt waar ze de wolken spint. Ze wordt meestal voorgesteld als zijnde gekleed in het wit of zwart en draagt reigerveren op haar hoofddeksel - het symbool van het bewaren van geheimen. Rond haar gordel draagt ze een sleutel.
Tot zover een eerder statische beschrijving van Frigg. Laten we nu eens wat dieper ingaan op haar persoon en haar vele interessante aspecten die in latere tijden zelf gepersonificeerd werden tot godinnen.
Haar naam is gelieerd met het oud-IJslandse woord frja wat evenveel wil zeggen als houden van, liefhebben, ... Het woord vrijen is er rechtstreeks van afgeleid. Hebben we hier dan te maken met het feit dat Frigg en Freyja dezelfde goddelijkheden zijn ? Neen, ik denk het niet, want Frigg en Freyja komen toch van een heel ander geslacht en hebben toch een andere achtergrond. Het zou te simpel zijn om te poneren dat ze beide aspecten zijn van een vruchtbaarheid/liefde godin. Frigg is één der Azen en Freyja één der Vanir - dit zijn dus twee verschillende afkomsten. Ook de verhalen rond hun personen zijn zeer afwijkend. We zullen echter niet verder ingaan op deze probleemstelling, doch we zullen Frigg an sich nader onderzoeken samen met enkele van haar equivalenten.
Frigg heeft een aantal dienstmaagden die haar bijstaan in haar taak. Deze zijn allen afgeleid van Frigg en zijn dus aspecten van haar. Dit lezen we o.a. in de Gylfaginning en de Edda. Ze zijn Fulla, die de doos met geheimen van Frigg bewaart, Hlin, Gna, de boodschapster, Lofn, Sjöfn, Syn, Eira, de godin van de geneeskunde, Var, Vor en Snotra. Al deze godinnen hebben ten tijde van het ter schrift stellen van de Gylfaginning een eigen leven, doch allen dienen Frigg.
In de mythes wordt Frigg aanzien als de heilige edeldame en huisvrouw en dus heeft deze vele diensters die haar taken verlichten. Ze is het symbool van de vrouwelijkheid en in authoriteit is ze zelfs evenwaardig aan Odin, die het zeker in meer dan drie mythes moet afleggen tegen haar.
Het feit dat ze in de toekomst kan zien, heeft ertoe bijgedragen dat ze Hlin uitzendt naar Midgard om haar gunstelingen te beschermen tegen naderend onheil. Een van haar aspecten is Saga, een helderziende godin. Ze staat dus duidelijk in contrast met Odin, die niets over de toekomst weet en er alles voor over heeft om die te weten te komen. Ze hangt dus samen met het lot, en niet zoals Freyja met de magie.
Frigg is ook de spinster van de hemel - ze weeft de wolken - en het sterrebeeld Orion is genaamd Friggjar Rockr (Friggs spinrokken). Zo dringt zich de vergelijking met de Nornen - de Germaanse lotsgodinnen - op die eveneens de draden van het leven weven. Het spinnewiel is een oud symbool om de kracht van de vrouwelijke wijsheid en kracht voor te stellen. Het is duidelijk dat de kunst van het weven cruciaal was voor de oude volkeren en dat er veel respect voor die vrouwen was omdat deze het gezin kleedden en zelfs voor een inkomen zorgden. Het spinnewiel wordt een krachtig symbool en ook Freyja wordt aanzien als spinster, wat een symbool is voor haar magische krachten. In Nederland wordt Frigg ook Vrou-elde genoemd en de melkweg wordt er de Vrou-elden-straat genoemd.
Als een godin voor de vrouwen is Frigg ook de matrones van het huwelijk en de kindergeboorte. Ze stelt de morele kodes op en zorgt ook dat iedereen er zich aan houdt. De specifieke details van haar verering zijn in de loop der tijden verloren gegaan. In de sagas wordt ze nu en dan eens vermeld bij huwelijksaangelegenheden en in de passages van de Ragnarök.
Equivalenten van Frigg
We moeten steeds voor ogen houden dat de mensen allerlei namen hadden
voor dezelfde godheid. Zo weten we niet veel van Frigg, maar wel
van Holda. Dat alles vinden we terug in de Duitse folklore die net
op tijd bewaard is gebleven voor het nageslacht. Zo doet het volgende
verhaal van Frikka - een alias voor Frigg - de ronde en vormt een
duidelijk bewijs dat de Frigg-kultus ingeburgerd was bij ons eigen
volk.
'Frikka en Wotan hielpen beide partijen in een gevecht, maar enkel Odin kon beslissen over de afloop. Frikk nam Odin bij de neus door de vrouwen van de stam die zij beschermde naar het bed van Odin te laten komen met hun lange haren voor hun gezicht. Odin werd wakker en vroeg: "Wie zijn deze Lange Baarden ? (Longobarden)" waardoor hij de stam van naam deed veranderen en zo zijn bescherming gaf.'
Frigg gebruikt dus geen magie maar list om haar zin te krijgen, ongelijk Freyja, die wel seidhr - de Noordse magie - beoefent.
In de Noord-Europese folklore vinden we heel wat equivalenten van Frigg terug. In Duitsland vinden we bijvoorbeeld Holda - wat holte, grot betekent -, Percht en Berchte - wat licht, schijnen betekent - zijn gelijk aan Frigg en hebben dezelfde functies en in onze contreien vinden we de figuur van Vrou-elde terug. Al deze godinnen hebben min of meer dezelfde functie en we zullen ze dan - zoals we zullen zien - allemaal kunnen terugbrengen tot een bepaald kernmotief waarin de godin Frigg een sleutelrol speelt.
Het feit dat de kultus van Frigg zo grondig vernietigd is, heeft alles te maken met de repressieve aanpak van het christendom. Friggs kultus werd verboden dus moesten de mensen zich wenden tot andere kultusnamen. In elke streek werd dat dus iets specifieks. Het bestaan van Holda's equivalent Freke is daar een bewijs van.
Holda wordt vaak voorgesteld als een edelvrouw of heksenvrouw en heeft vele rollen. Haar taken als vruchtbaarheidsgodin zijn evident daar ze het fruit laat groeien in de lente, de vrouwen vruchtbaarheid schenkt en de zielen van de ongeboren kinderen onder haar hoede neemt. Elk kind die ongedoopt geboren werd in christelijke tijden keerde naar haar terug en deze werden heimchen genoemd en Holda zorgt samen met deze kinderen voor de vruchtbaarheid van de velden. Er wordt ook verondersteld dat ze de wieg van de kinderen wiegt als de moeder is ingeslapen. Ze is dus een godin van de geboorte en neemt dus een zeer belangrijke positie in in het huiselijke leven.
Wetende dat Holda de geboorte kontroleert, kunnen we het volgende in een begrijpbaar perspectief plaatsen. Er wordt ook verteld dat Holda de moeder is van Karel de Grote. Dat zij dus een sterke band heeft met het Duitse koningshuis blijk uit het volgende. Er wordt beweerd door een wachter dat hij in 1884 een witte vrouw zag in het paleis op het moment dat de toemalige heerser stierf. Ze werd dus aanschouwd als een persoonlijke beschermgeest van de keizers.
Ze kontroleert ook het weer, net zoals Frigg (de gemalin van een luchtgod heeft veel invloed op haar man en dus de willekeur van het weer). De sneeuw wordt door haar gemaakt wanneer ze haar bedkussen opschudt, de mist is de rook van haar vuur, en de donder komt van het gedreun van haar spinnewiel. Als luchtgodin behoudt ze ook de rol van de huisvrouw.
De meeste bronnen duiden op het feit dat Holda altijd veel interesse vertoont voor het werk van de vrouwen. Ze trekt rond door de landen en kijkt binnen bij de gezinnen en zegent het werk dat er wordt verricht waarbij de goeden werden beloond en de slechten gestraft. Dat ze plots optreedt als een regulator is waarschijnlijk een christelijke invloed die Holda ook als slecht afschilderde. Soms beloonde ze de goeden door op een nacht alle vlas te spinnen of goed vlas te bezorgen. Soms strafte ze de slechten door hun spinnewiel te vernielen en ze strafte de spinsters die tijdens de twaalf dagen rond Joel of op zondag werkten - wat enerzijds wijst op een heidense invloed nl. dat er een periode is waarop de godin moet geëerd worden en anderzijds een christelijke invloed die de zondagsrust garandeert. Ze leert de kunst van het vlas kweken aan de mannen en het bewerken ervan aan de vrouwen. Zelf heeft ze een grote, kromme voet van de aandrijfplank voor het spinnewiel te bewegen. In Frankrijk wordt ze la reine pédauque genoemd. Net als Frigg is ze dus een godin van het spinnen. Spinnen was nog steeds bij de christelijke boeren zeer belangrijk en deze taak was nog steeds weggelegd voor de vrouwen tot zelfs tijdens de industriële revolutie en zorgde steeds voor een goed inkomen. Vandaar dat dit heidense gedachtengoed niet zomaar kon worden uitgeroeid.
Zoals reeds gezegd zorgde Holda voor het vlas. Het verhaal gaat als volgt. Holda lokt op een bepaalde dag een arme boer mee in een grot op een berg. Ze is een mooie vrouw met zeer veel dienstmaagden en haar grot is bekleed met goud en edelstenen. Holda vroeg de boer wat hij verlangde en hij vroeg de bloemen die ze vasthield want dat zou reeds een grote zegen zijn. Het blijkt later dat de zaden van de bloemen feitelijk het vlas voortbrengen. Ze leerde zijn vrouw daarna het vlas spinnen. We komen daarmee bij het feit terecht dat Holda de vrouwen ook kunsten aanleert. Ze lokt de jonge meisjes naar haar verborgen land en aldaar leert ze hen nieuwe zaken aan.
Zowel Frigg als Holda zijn dus patronessen van de vrouwen, geboorte, huiselijk werk, spinnen en morele kodes. Holda's macht over de vruchtbaarheid wordt gedeeld met Frigg, maar daarover zijn er bijna geen bronnen. De eerste Germaanse stammen aanbeden de Aarde (Jord). Daaruit ontsprong Frigg, godin van het moederschap en de vruchtbaarheid. Jörd wordt bestempeld als Odins eerste vrouw, Frigg's rivale als het ware, en moeder van Thor. Het is interessant om te zien hoe Frigg steeds meer op de voorgrond treedt en Jörd naar het achterplan verwijst. We zien in de Germaanse en Baltische mythologie dat het spinnen verbonden is met de vrouw en het lot. Friggs kontrole over de natuur komt duidelijk tot uiting tijdens de Ragnarök. Frigg vraagt alle dingen om Baldr (het licht) geen pijn te doen en hem dus niet te laten sterven. Enkel Hödr (de duisternis) vindt een onschuldig plantje op aanstoken van Loki om het licht te doden. Frigg vond dit plantje - de maretak - te klein om Baldr te verwonden en maakt dus een grove onderschatting. Alhoewel de kontekst van het verhaal vrij recent is, is de kern van het verhaal gebaseerd op een veel oudere bron en dus een oeroud motief.
Een andere vruchtbaarheidsgodin, Saga, is ook sterk verbonden met Frigg. Beide Eddas wijzen op het feit dat Frigg en Saga in 'hallen' wonen die omringd worden door meren. Frigg woont in Fensalir - de veenzalen - en Saga in Sökkvabekkr - gezonken zandbank -. Beide brengen tijd door met Odin en drinken uit gouden bekers. Wijst dit alles niet in de richting van een waterkultus (waarop we onmiddellijk denken aan de Nerthus-kult) ? Het ligt zeker voor de hand. Een ander feit om deze stelling kracht bij te zetten is dat Holda eveneens met het water verbonden is. Het is logisch om vruchtbaarheid te koppelen aan het water. Het één gaat niet zonder het ander. We weten uit de folklore dat vrouwen baden in heilige meren als een remedie tegen onvruchtbaarheid, en spinster die gestraft werden door Holda wierpen bobijnen in de meren om haar goede wil af te dwingen. We lezen daaromtrent een verhaal bij de gebroeders Grimm over Frau Holle: een ongeliefde dochter spon elke dag buiten bij een waterput. Ze prikte haar hand en het bloed kwam op de klos. Ze dompelde de klos in het water maar liet ze vallen. Het meisje had zoveel schrik van de toorn van haar moeder dat ze zichzelf wou doden en sprong in de waterput. Op de bodem was Holda's land waar haar vriendelijkheid en huishoudelijke kunsten werden getest. Holda was onder de indruk en zond haar terug beladen met goud. Het verhaal komt ook voor in Skandinavië en we kunnen wel besluiten dat het motief kan toegewezen worden aan de kultus rond Frigg. Vooral de magische reis in het land van Holda is zeer interessant. Er is een bloedoffer nodig die in verband staat met de spinklos, het symbool van de vruchtbaarheid, en die valt in het water - een metafoor voor het rituele baden of onderdompelen in de heilige meren.
Verdere verhalen vinden we in de Deutsche Sagen van Grimm, zoals deze:
Frau
Hollen Bad
Am Meißner in Hessen liegt ein großer Pfuhl oder See,
mehrenteils trüb von Wasser, den man Frau Hollen Bad nennt.
Nach alter Leute Erzählung wird Frau Holle zuweilen badend
um die Mittagsstunde darin gesehen und verschwindet nachher. Berg
und Moore in der ganzen Umgegend sind voll von Geistern und Reisende
oder Jäger oft von ihnen verführt oder beschädiget
worden.
Frau
Hollen Teich
Auf dem hessischen Gebirg Meißner weisen mancherlei Dinge
schon mit ihren bloßen Namen das Altertum aus, wie die Teufelslöcher,
der Schlachtrasen und sonderlich der Frau Hollen Teich . Dieser,
an der Ecke einer Moorwiese gelegen, hat gegenwärtig nur vierzig
bis fünfzig Fuß Durchmesser; die ganze Wiese ist mit
einem halb untergegangenen Steindamm eingefaßt, und nicht
selten sind auf ihr Pferde versunken.
Von dieser Holle erzählt das Volk vielerlei, Gutes und Böses. Weiber, die zu ihr in den Brunnen steigen, macht sie gesund und fruchtbar; die neugeborenen Kinder stammen aus ihrem Brunnen, und sie trägt sie daraus hervor. Blumen, Obst, Kuchen, das sie unten im Teiche hat und was in ihrem unvergleichlichen Garten wächst, teilt sie denen aus, die ihr begegnen und zu gefallen wissen. Sie ist sehr ordentlich und hält auf guten Haushalt; wann es bei den Menschen schneit, klopft sie ihre Betten aus, davon die Flocken in der Luft fliegen. Faule Spinnerinnen straft sie, indem sie ihnen den Rocken besudelt, das Garn wirrt oder den Flachs anzündet; Jungfrauen hingegen, die fleißig abspannen, schenkt sie Spindeln und spinnt selber für sie über Nacht, daß die Spulen des Morgens voll sind. Faulenzerinnen zieht sie die Bettdecken ab und legt sie nackend aufs Steinpflaster; Fleißige, die schon frühmorgens Wasser zur Küche tragen in reingescheuerten Eimern, finden Silbergroschen darin. Gern zieht sie Kinder in ihren Teich, die guten macht sie zu Glückskindern, die bösen zu Wechselbälgen. Jährlich geht sie im Land um und verleiht den Äckern Fruchtbarkeit, aber auch erschreckt sie die Leute, wenn sie durch den Wald fährt, an der Spitze des wütenden Heers. Bald zeigt sie sich als eine schöne weiße Frau in oder auf der Mitte des Teiches, bald ist sie unsichtbar, und man hört bloß aus der Tiefe ein Glockengeläut und finsteres Rauschen.
Holda is eveneens een winter-godin, vereerd rond Kerstdag - in vroegere dagen bekend als Yuletide, de tijd waarin het seizoens-rad zich draait. In Eisfeld in Thüringen wordt er ook elk jaar een Frau Holle verbrand omdat ze de personificatie is van de winter en zo wordt ze verdreven. Dat Frau Holle hier wordt afgebeeld als een demoon is zeker een christelijke invloed die alle heidense gebruiken als satanswerk afschildert.
Een ander gebruik is dat de familie op kerstdag een kom melk op tafel plaatst en daarna naar de kerk gaat. De melk die overblijft bij de terugkeer van het gezin wordt aanzien als extreem vruchtbaar en deze melk werd aan het vee gegeven. De kom noemde men Holda's kom.
Joeltijd is ook de tijd dat de Wilde jacht rondtrekt waaronder Frigg die rondtrekt door de landen en door de ramen tuurt en de huiselijke arbeid zegent. Dit is wederom een bewijs dat Holda en Frigg dezelfde zijn. Deze periode is ook van belang voor de Disir, de negen vrouwelijke lotsgodinnen. Zij werden aanroepen op de eerste dag van de winter. In geen enkele bron wordt er vermeld dat Frigg meer krachten heeft gedurende de winter maar haar sterrebeeld is duidelijker zichtbaar tijdens deze periode. Gedurende de winterperiode kan men ook het land niet bewerken wat het gezin noopt om huiselijke arbeid uit te voeren waaronder spinnen, of houtkerven, enz. terwijl de Friggjar Rockr boven hen schijnt.
We vinden weerom verhalen in de folklore terug omtrent de Wilde Jacht van Frau Holle en haar konnektie met het bewerken van het vlas. Bij Grimm lezen we:
Frau
Holle zieht umher
In der Weihnacht fängt Frau Holla an herumzuziehen, da legen
die Mägde ihren Spinnrocken aufs neue an, winden viel Werg
oder Flachs darum und lassen ihn über Nacht stehen. Sieht das
nun Frau Holla, so freut sie sich und sagt:
"So
manches Haar,
so manches gutes Jahr."
Diesen Umgang hält sie bis zum großen Neujahr, das heißt den heiligen Dreikönigstag, wo sie wieder umkehren muß nach ihrem Horselberg; trifft sie dann unterwegens Flachs auf dem Rocken, zürnt sie und spricht:
"So
manches Haar,
so manches böses Jahr."
Daher reißen feierabends vorher alle Mägde sorgfältig von ihren Rocken ab, was sie nicht abgesponnen haben, damit nichts dran bleibe und ihnen übel ausschlage. Noch besser ist's aber, wenn es ihnen gelingt, alles angelegte Werg vorher im Abspinnen herunterzubringen.
Vele gebruiken zijn er blijven bestaan in de folklore. Berchta of Berchtel is eveneens een equivalent van Frigg en ook van deze lokale godin is er veel bewaard gebleven. Rond 6 januari (Driekoningsdag, of in Vlaanderen soms dertiende dag genoemd, twelfth-day in Engeland - de oorsprong hiervan ligt rechtstreeks in de lengte van de Joelperiode die precies 12 dagen duurde) trekken in het noordelijke gedeelte van Zwitserland witgeklede meisjesen jongens rond in de dorpen. Ze nodigen iedereen uit zum Berchtold zu gehen en Bechteliwein te drinken. Op de vooravond van 6 januari trekt in Möllthal de zogenaamde Berchtel rond die van huis tot huis gaat. Deze draagt een pels en een koebel. Dit doet denken aan Huldra. Huldra is een godin uit Noorwegen waar het Huldrefolk is naar genoemd. Ze heeft een koeiestaart en beschermt het vee en heeft dus ook een vruchtbaarheidsfunctie. De Berchtel maakt grote bewegingen in het huis, achtervolgt de lieden aldaar en vraagt naar de geaardheid van de kinderen en verzamelen gaven. Ook in Nürnberg lopen al sinds 1616 jaarlijks in de nacht van Driekoningen of Bergnacht jongens en meisjes rond en slaan met stokken op de deuren van de huizen. Deze nacht wordt ook Klöpflesnacht genoemd.
Interessanter gaat het er aan toe in Holzberndorg in Middelfranken. Jonge kerels kruipen in de vacht van een koe met de horens er nog aan - de horens die de splitsing van het jaar aanduiden - en trekken rond in van huis tot huis en belonen de brave kinderen en straffen de stoute. Verdere verwijzingen naar een oude kultus vinden we in Ukermark waar tijdens de winterperiode Fricka of Frau Härke rondtrekt in de Wilde Jacht en van huis tot huis trekt om de arbeid van het spinnen te zegenen. Vindt ze een slechte spinster dan straft ze haar door haar spinnewiel te verontreinigen. In Priegnitz en Mecklenbürg is Frigg gekend onder de naam Fru Gode of Frau Gode en verschijnt tussen joel en de twaalde nacht in de wilde jacht. In Thüringen draagt ze de naam Frau Holle, Holda, of Hulda en ze wordt voorgesteld als een witte, slanke vrouw met blonde haren. Wanneer het sneeuwt zeggen ze aldaar Frau Holle schüttelt ihr Federbett aus.
Ze beloonde ook mensen die haar hielpen met goud. Dit duidt toch ook op haar vriendelijke karakter. Meestal waren dit spaken van karrewielen die 's ochtends in goud veranderden, zoals hier een voorbeeld.
Frau Holle und der Bauer
Frau Holla zog einmal aus, begegnete ihr ein Bauer mit der Axt.
Da redete sie ihn mit den Worten an, daß er ihr den Wagen
verkeilen oder verschlagen sollte. Der Taglöhner tat, wie sie
ihm hieß, und als die Arbeit verrichtet war, sprach sie: "Raff
die Späne auf und nimm sie zum Trinkgeld mit;" drauf fuhr
sie ihres Weges. Dem Manne kamen die Späne vergeblich und unnütz
vor, darum ließ er sie meistenteils liegen, bloß ein
Stück oder drei nahm er für die Langeweile mit. Wie er
nach Hause kam und in den Sack griff, waren die Späne eitel
Gold. Alsbald kehrte er um, noch die andern zu holen, die er liegengelassen;
sosehr er suchte, so war es doch zu spät und nichts mehr vorhanden.
We komen tot de slotsom dat er in heel Noord-Europa wel degelijk een vast motief bestond met betrekking tot het vereren van vruchtbaarsheidsgodinnen. Met de onderdrukking van de kultus van Frigg kwam daar echter een einde aan, doch de Germaanse geest laat zich niet zomaar onderdrukken en andere, lokale vruchtbaarheidsgodinnen wonnen aantrekkingskracht. In Duitsland was het Holda die de kop opstak. Het feit dat Holda zo diep ingeworteld zit in het volk duidt zeker op een eeuwenoude traditie die zo sterk in de schoenen staat dat zelfs duizend jaar spirituele onderdrukking niet volstond om die kultus uit te roeien. Met Holda hebben we eindelijk een godin gevonden waarvan we dus vrij veel weten - als we natuurlijk veronderstellen dat de rituelen in de kern dezelfde zijn gebleven - en waarop we ons kunnen baseren om de kultus van Frigg wat beter te leren kennen.
J.D.C
Bibliografie
Aberglaube, Sitten, Feste der Germanischer Völker, Reinsberg-Düringfeld
Germania Project, Jan De Cooman
Deutsche Sagen, Brüder Grimm
Noorse mythen, H.A. Guerber