De Ringwal
Uit de ringwal dav’ren, koene Kerelsstemmen.
Ruige kelen zingen, 'wijl wij bekers temmen.
Wij beheersen dit gebied, zingend trots ons lied!
Noordlanders, Dietslanders, hoe wijd nu strekt ons land?
Noordlanders, Dietslanders, hoe krachtig is onze hand?
Toen wij noch knechten waren, namen w' elk een wapen.
Versloegen onze heren, graven alsook papen.
Wij beheersen dit gebied, zingend trots ons lied!
Noordlanders, Dietslanders, hoe wijd nu strekt ons land?
Noordlanders, Dietslanders, hoe krachtig is onze hand?
Groot is onze macht, zolang we maar als één,
Beschermend onze burcht, de vijand teg’moet tréé'n.
Wij beheersen dit gebied, zingend trots ons lied!
Noordlanders, Dietslanders, zó wijd strekt dus ons land!
Noordlanders, Dietslanders, zó krachtig is onze hand!
(Irminiaz)