De laatste Goten

Ruim baan, gij volk’ren, waar wij gaan,

Wij zijn de laatste Goten.

Een dode koning dragen wij.

Wij schrijden naar de boten.

 

Met schild bij schild, en speer bij speer,

Zop trotsen wij de winden.

Tot w’in de grauwe, verre zee,

Het eiland Thule vinden.

 

Dat moet het trouwe eiland zijn,

Daar geldt nog recht en ere.

Daar leggen wij de koning neer,

In ’t graf van eiken speren.

 

Wij komen, hoort die donk’re stap,

Uit Rome’s valse dreven.

Wij dragen onze koning mee,

Voor ons gaf hij zijn leven.

 

Ruim baan, gij volk’ren, waar wij gaan,

Wij zijn de laatste Goten.

Een dode koning dragen wij,

Wij schrijden naar de boten.

 

(F. Dahn en F. Alwers)