De Externsteine

De Externsteine zijn vier grote rotsen van bijna 40 meter hoog, tussen Detmold en Paderborn aan de rand van het Teutoburgerwoud in Duitsland. Extern zou van het Latijn komen en uitzonderlijk betekenen. Wellicht zal deze ‘Latijnse’ naam wel overgenomen zijn van een eender klinkende volksnaam. Uitzonderlijke stenen dus! De Externsteine zijn misschien niet zo bekend als Stonehenge, maar veel indrukwekkender. En zoals bekend waren meren, waterlopen, bossen en opvallende steenformaties heilige cultusplaatsen bij onze voorouders. Deze site kan jaarlijks rekenen op het bezoek van 70 000 mensen. Andere (en oudere) namen voor de Externsteine zijn: Egsterstein, Eggerstein, Eggestern, Eggesteren, Eksterstenen, Hexensteen, Drakenstenen, Agister en Elstern.

Aan het begin van onze jaartelling waren de Externsteine reeds lang een Germaans heiligdom. Er vonden zonnewendefeesten plaats. Er werden wetten gemaakt, offers gebracht en recht gesproken. De Externsteine, nu van elkaarstaande rotsen, waren vroeger met elkaar verbonden. Er zou een koepelgewelf geweest zijn. Deze is echter ingestort. In oude geschriften spreekt men van het ‘Idafeld’, duidende op de plaats waar de Externsteine staan. Opvallend is de overeenkomst met de naam uit de Edda, Ida-veld, waar de goden tezamen kwamen voor hun rechtspraak. Toeval zal het niet geweest zijn. Volgens sommige wetenschappers zouden de Germanen gedacht hebben dat Asgard, het rijk der Asen, boven de Externsteine zou hebben gelegen.

Naar het schijnt zouden de Externsteine eerst een Keltisch heiligdom zijn geweest. Men heeft brandsporen ontdekt in de grotten van twee- tot drieduizend jaar oud. Ten tijde dat er Kelten in de streek van de Externsteine zaten. Maar het feit blijft dat het zekerlijk een Indo-europees heiligdom is die later is overgenomen door Germanen.

Van voor onze jaartelling tot zeker in de 8ste eeuw waren de Externsteine een Germaans heiligdom, meer bepaald een heiligdom der Saksen. Karel de Grote deed een ultieme poging om de Saksen tot het christendom te bekeren. Toen in de Saksen meerder malen (sinds 742 v.o.jt. al) in opstand kwamen, o.a. tegen Karel de Grote, stuurde deze een strafexpeditie naar het gebied der Saksen. Een oorlog die 30 jaar zou duren, te beginnen in 772 v.o.jt.. 4500 Saksische edellieden werden vervolgens onthoofd (782 v.o.jt.) omdat zij weigerden de nieuwe religieuze leer, het christendom, te aanvaarden. Trots en eer werd hier met de dood bestraft. Voor de Germanen waren de Externsteine van groot symbolisch belang. Daar stond immers de Irminzuil (Irminsul), wellicht bovenop de Externsteine. Volgens Robert van Fulda (9de eeuw) kwam Karel de Grote daar de “universele zuil, door de Saksen Irminsul genoemd” vernietigen. De Irminsul was voor de Germanen het belangrijkste religieuze symbool van die tijd. Deze Irminzuil stelde de Wereldboom der Germanen voor. Deze Wereldboom, ook de Yggrdrassil genaamd, was het centrum van de wereld en droeg de hemelkoepel, waar ook Asgard zich bevond. Irmin kan afgeleid zijn van de stam der Herminionen (Hirminionen, Irmin?) vernoemd door Tacitus. Een andere mogelijkheid is dat de zuil vernoemd werd naar Arminius (Herman, Irmin?) Algemeen wordt aanvaard dat Irminsul ‘Geweldige Zuil’ zou betekenen. Hoewel er een god Irmin bestaan heeft. Dit zou veeleer een andere naam voor Tyr geweest zijn. De Irminzuil der Externsteine is misschien voor Heidenen een gekend gegeven, maar zeker niet alleenstaand. Meerdere Irminzuilen (wellicht kleinere, dus minder indrukwekkend) zijn doorheen de geschiedenis op meerdere plaatsen vernoemd. Volgens Tacitus zouden er zuilen in het Germaanse land gestaan hebben van Hercules (eigenlijk Donar / Thor). Dit slaat echter op de Irminzuilen.

Of dat de Irminzuil een grote boomstam was of een stenen zuil of rots, men weet slechts dat het Karel de grote drie dagen gekost heeft om deze te vernietigen. Wellicht zal het dus een grootse stenen zuil of rots geweest zijn. Het duurt zeker geen drie dagen om een boom om te hakken. Hoewel er ook sprake was van een ‘houten stam van niet geringe grootte’. Deze echter zal van toepassing zijn op andere Irminzuilen.

Verder kan men nog Irminzuilen herkennen in het straatbeeld in de vorm van muurankers. Ook de ‘Fleur de Lis’, symbool van Frankrijk is een beeltenis van deze Irminzuil.

Na de vernietiging van de Irminzuil zelf beval Karel de Saksenslachter de Externsteine te vernietigen. De sporen van een gedeeltelijk gefaalde vernietiging zijn nog steeds terug te vinden. Er zijn nog steeds gaten te zien in de rotswanden waar met hout in zou gestopt hebben om deze vervolgens drie dagen met water te overgieten om zodoende het hout te laten zwellen en de rotsen te doen barsten. Kan men de Externsteine niet vernietigen, dan moet men ze maar kerstenen, zal hij bij zichzelf gedacht hebben. Voorts liet Karel de Grote (Moordenaar) apostelenbeelden bij de Externsteine zetten! Hij had toen de Externsteine ontheiligd van Heidendom en gewijd met het nieuwe christendom.

In de Externsteine is er ook een zeer steile stenen trap gekapt. Deze trap eindigt boven in een soort kapel waar nog steeds een klein altaartje staat. Vermoedelijk ging deze trap nog verder tot aan de Irminzuil zelf. De twee middelste (waaronder de grootste, 40 meter) rotsen zijn heden ten dage verbonden met een brug. Vroeger was dit slechts met een touw.

Naast de trap staat er een kruisbeeld in de rots uitgekapt. Daar ziet men een tafereel waar Jezus van het kruis wordt gehaald, waarbij een priester (Nicodemus?) hem steun biedt. Deze priester staat, symbolisch genoeg, op een gebogen (gebroken?) Irminzuil. Een duidelijk machtstafereel waarbij het christendom over het Heidendom zegeviert. Dit tafereel echter, bevat oudere sporen dan dat van Jezus’ kruisafname. Het onderste gedeelte, een man en vrouw omhult door een slang, zijn ouder dan het bovenste gedeelte. Verwering wijzen erop en onderzoek naar de beeldhouwtechnieken hebben dit uitgewezen. Klaarblijkelijk heeft men een vorig Heidense beeldhouwwerk weggekapt om er de christelijke kruisafname in de plaats te zetten. Wel zijn er in het nieuwe ‘kunstwerk’ heidense elementen ingevoegd. Jezus word, tussen zon en maan geplaatst. De Germanen waren immers Zon- en Maanaanbidders. Op deze wijze werd de verrijzenis van Jezus met de terugkeer van Balder na de Ragnarök (godendeemstering) vergeleken. De datering van het huidige tafereel wordt geschat rond de jaren 1130 v.o.jt..

Overal in de rotsen zijn er figuren, trappen, vensters, grotten en holtes uitgehouwen. Zo vindt men een waterbekken (doopvont?) terug. In één der grotten staat er een inscriptie van de bisschop van Paderborn met het jaartal 1118 erbij. Zelfs een beeltenis van een adelaar vindt men terug. Vermoedelijk stonden er aan de wanden ook Heidense beelden. Er zijn ook nissen terug te vinden. En dit op de plaatsen waar het eerste zonlicht valt tijdens de Zonnewenden. Tussen twee van de vier rotsen is er een soort preekstoel uitgehouwen. Daar zou ooit de Irminzuil op gestaan hebben. Al deze figuren zouden een christelijke oorsprong hebben, maar wellicht is het overgrote deel Heidens. Zo probeert men sommige figuren toe te schrijven als apostels en heiligen, maar hun attributen zoals bijl en zwaard doen anders denken!

Welke beeltenis van Wodan, van natuurlijke oorsprong, die men terugvindt in één der rotsen is een gekruisigde. Niet zozeer het Jezus-tafereel, maar de lijdensweg van Wodan om de ultieme kennis te bezitten. Als daar de Irminzuil (Wereldboom, Yggrdrassil) stond, dan moest Wodan ook op deze plaats negen nachten en dagen gehangen hebben. Vandaar deze beeltenis.

Men heeft menig klooster op en rond de Externsteine gezet. En alzo werd ook menig klooster vernietigd. Slechts fundamenten blijven er nog van over. Het is bekend dat het christendom steeds heilige Heidense plaatsen heeft gekerstend door er kerken, kapellen of kloosters te bouwen.

In 1934 v.o.jt. kwam de SS naar de Externsteine voor opgravingen. Veel hebben ze ontdekt. Dit stukje geschiedenis wordt echter liefst verzwegen. Vandaar dat men de Externsteine liefst onbekend en onbemind laat. Wetenschappelijke studiën over de Externsteine worden daardoor veelal in het verdomhoekje gesmeten. Onterecht weliswaar.