Bloed als wetgever van de geest
"De aanvaarding van de levenswetten van ons bloed, de vereering van de voorouders, aan wie wij ons bloed danken, en de verwekking van tegenover onze voorouders verantwoorde kinderen, zijn de nieuwe wetten voor een nieuw tijdperk. Aan het einde van dezen weg, welken wij op den drempel van deze eeuw zullen betreden, zal staan de edele Germaansche mensch."
Het begrip 'Bloed' zoals het gebruikt wordt in de context van onze slogan "Bloed, Aarde, Spiritualiteit" behoeft wellicht enige uitleg. Wij zien het originele Nederlandsch-Germaansche volk zowel als een biologische als een geestelijke eenheid. De individuen van dit volk hebben zeer nauwe overeenkomsten met elkaar, zowel uiterlijk (lichamelijk, taalkundig) als innerlijk (zedelijk, moreel, religieus en karakter). Deze eenheid heet een 'Volksgemeenschap', het karakter en de aard van deze Volksgemeenschap wordt bepaald door de zogenaamde 'Volksgeest' (beter bekend onder de naam 'Volksgeist', dit begrip werd ontwikkeld door denkers uit de Romantiek zoals Herder en Fichte).
Een
individu dat in de Nederlandsch-Germaansche volksgemeenschap geboren
wordt, zal zijn karakter bepaald zien worden door deze Volksgeest
en wanneer hij ook genetisch uit dit Nederlandsch-Germaansche volk
voortkomt zal hij ook zelf deel en drager worden van deze Volksgeest.
Dit beeld staat diametraal tegenover het beeld van de volledig vrije,
autonome mens die als het ware als een leeg schrijfbord geboren
wordt. Dit liberale, rationalistische beeld van de autonome mens
gaat ervan uit dat de mens uitsluitend gevormd wordt door de externe
omstandigheden en dat als een individu ervoor kiest om niet meer
tot zijn volk, land of familie te behoren, hij dit heel goed kan
doen. Kortom, zij beweren dat de mens geheel vrij is in zijn keuzes.
Hiertegenover zet de Romantiek de mens neer als onderdeel van de Volksgemeenschap waarin hij geboren wordt en waaraan hij door middel van de Volksgeest onlosmakelijk verbonden is. Deze Volksgeest is het geheel van innerlijke geesteseigenschappen (zoals mentaliteit, religiositeit, normen en waarden, kunstzinnigheid en ideeën) dat gedragen wordt door de meerderheid van het volk en die tot uiting komt in de taal, cultuur, kunstwerken, wetten, filosofieën, tradities en gebruiken die specifiek zijn voor dit volk.
Het individu wordt naast externe factoren (zoals het landschap/klimaat en opvoeding) vooral ook door een innerlijke leidraad geleid. Deze innerlijke leidraad is zijn bloed. In de meest natuurlijke en ideale situatie zal zijn bloed overeenkomen met het bloed dat de Volksgeest van zijn volk geschapen heeft en nog steeds voortdurend blijft schapen.
Want dat is de voornaamste bron van de Volksgeest: het bloed oftewel het ras. Nu zullen de externe factoren, zoals landschap en klimaat, ook zeker invloed op de Volksgeest uitoefenen. Maar het bloed bepaald hoe deze factoren hun invloed uitoefenen en hoe bepaalde gebeurtenissen en verschijnselen geïnterpreteerd en verwerkt worden. Met dit begrip bloed valt dan ook te verklaren dat er zeer uiteenlopende culturen over de hele wereld zijn ontstaan, zelfs in gelijksoortige omstandigheden.
Ons ras bepaald, naast onze uiterlijke kenmerken, voor een belangrijk deel ons karakter. Anders gezegd: het bloed is de wetgever van de geest. Zo valt dan ook het verschijnsel van de Volksgeest te verklaren. Aangezien een Volksgemeenschap uit een biologische eenheid bestaat (d.w.z. uit mensen van grotendeels gelijk of gelijksoortig ras), volgt hier logischerwijs uit dat deze mensen ook innerlijk gelijk of gelijksoortig van karakter zullen zijn.
Nu kan men altijd tegenwerpen dat er ook binnen een volk of ras grote innerlijke verschillen voorkomen. Dit willen wij ook helemaal niet ontkennen. Hier geven wij een drieledig antwoord op. Ten eerste zullen er altijd grote deviaties voorkomen van de norm. En hiermee is genoeg gezegd: de uitzondering bevestigd de regel. De Volksgeest wordt dan ook niet door deze deviaties van de norm gevormd maar er juist door bevestigd.
Ten tweede zijn veel deviaties in karakter toe te schrijven aan externe factoren. Zeker in onze huidige maatschappij (die zover gedegenereerd is dat er nauwelijks of helemaal geen sprake meer van een Volksgeest dan wel Volksgemeenschap kan zijn, en wat er nog van over is drijft vooral op historische tradities en overleveringen en komt niet meer voort uit een innerlijk actieve en vitale drang) bestaat er geen eenduidige geestelijke trend, maar overheerst er een chaos van elkaar beïnvloedende en mee- en tegenwerkende krachten. Deze krachten komen oorspronkelijk voort uit elementen die vreemd waren aan onze Volksgemeenschap (maar die nu ook door leden hiervan zijn overgenomen). Deze krachten werken tegengesteld aan onze aangeboren Nederlandsch-Germaansche Volksgeest en kunnen er dankzij een typisch en unieke Germaansche eigenschap, namelijk de Germaansche drang om zichzelf aan te passen ten koste van zichzelf, voor zorgen dat wij onszelf van onszelf vervreemden. Wij hoeven maar om ons heen te schouwen om dit met eigen ogen te zien.
Eerst
wanneer de Germaansche mens deze eigenschap die zo schadelijk is
voor het voortbestaan van de Germaansche Volksgeest en Volksgemeenschap,
kan weten te neutraliseren, zullen de omstandigheden toestaan dat
onze ware Volksgeest en Volksgemeenschap terugkeren.
Want ons bloed werkt als een soort kompas: de wijzer zal altijd de neiging hebben naar het Noorden (onze ware Volksgeest) te wijzen. Op het moment dat er magneten (externe volksvreemde invloeden) bij worden gehouden kan hij zelfs naar de tegenovergestelde richting wijzen, het Zuiden. Maar des te verder de magneten van het kompas verwijderd worden des te meer zal de wijzer uit zichzelf weer naar het Noorden gaan wijzen.
Zo moeten we alle volksvreemde gedragingen van onze volksgenoten tegenwoordig bezien; de innerlijke drang naar het Noorden is nog steeds in hun bloed aanwezig, maar om ze daadwerkelijk tot het Noorden te laten wederkeren zullen ze allereerst moeten leren om de volksvreemde elementen in hun denken en doen te leren herkennen. En om deze elementen te kunnen herkennen moeten ze eerst weer zichzelf leren kennen (en herkennen in anderen). Hun volksvreemde gedragingen en denkwijzen zijn overgenomen, ze stammen niet uit hun eigen innerlijke drang (op die enkele altijd aanwezige deviaties na uiteraard).
Ten derde ontstaat er ernstige verwarring doordat veel mensen aannemen dat de bevolking van een land samenvalt met een homogeen ras. Echter rasgrenzen zijn niet hetzelfde als nationale grenzen. Zo is het Noordras niet beperkt tot Noord- en West-Europa, maar vinden we ook individuen met Noordraskenmerken in Zuid- en Oost-Europa en zelfs in sommige delen van het Midden-Oosten.
De begrippen Volksgemeenschap en Volksgeest zijn alleen te interpreteren op wereldniveau: Ieder volk/land heeft zijn eigen Volksgeest en Volksgemeenschap. Maar als we een niveau lager (of hoger?) bekijken, komen we terecht op het nationale niveau en vinden we ook hier weer duidelijke verschillen: aparte eenheden (biologisch en geestelijk) die wel veel met elkaar gemeen hebben maar toch duidelijk een eigen karakter bezitten. Niemand ontkent dat er zowel lichamelijke als geestelijke verschillen bestaan tussen Limburgers en Friezen of tussen Brabanders en Groningers. Ook hier zien we weer verschillende rassen aan het werk, zij het dan op een heel ander, kleinschaliger niveau dan op wereldniveau, maar niettemin verschillende rassen. Hoewel de meeste Nederlanders als lid van de Indo-europese stam betiteld kunnen worden, bestaan er binnen deze overkoepelende titel nog aparte rassen (de belangrijkste zijn: het Noordras, het Westras of het Mediterrane ras, het Dinarische ras, het Oostras of het Alpine ras, het Oostbaltische ras, het Faalsche ras en het Sudetische ras). Het zou te ver gaan in het kader van dit artikel om deze rassen allemaal te beschrijven, daarvoor verwijzen we naar artikelen op onze webstek of een goed boek.
Het volstaat hier om erop te wijzen dat deze rassen verspreid zijn over heel Europa en dat geen enkel volk uit een zuiver ras bestaat. Hier en daar bestaan er nog wel raszuivere individuen maar de overgrote meerderheid is een mengvorm van twee of meerdere van deze rassen. Ondanks het feit dat deze rassen met elkaar vermengd zijn kunnen we wel in bepaalde gebieden een overheersing van een bepaald ras in de mensen aldaar aantreffen. En dit geeft een verklaring voor de regionale cultuur en mentaliteitsverschillen. In dit geval spreken we dan niet meer van de Volksgeest maar van de Rasziel. Een individu van bijvoorbeeld overwegend Noordras zal over het algemeen genomen andere karaktertrekken vertonen dan een Westrassig mens.
Toch
blijft het een complexe zaak om een individu op basis van zijn ras
karaktertrekken toe te kennen (zo kan ons voorbeeld van een overwegend
Noordrassig persoon soms karaktertrekken vertonen die meer passen
bij het Oostras omdat hij toch ook een kleine hoeveelheid Oostrasbloed
in zich kan hebben), maar we kunnen toch wel degelijk een verbinding
tussen het ras van een persoon en zijn karaktertrekken bespeuren.
En zo kunnen we dit ook bespeuren in grotere bevolkingseenheden
(zoals bijvoorbeeld Friezen, Drenten of Vlamingen) dan wel hele
volkeren. Er is op dit gebied onderzoek gedaan, maar er dient nog
veel meer en uitgebreider onderzoek naar gedaan te worden.
Dat ons volk (en anderen met ons) het belang van het bloed al in de vroegste tijden instinctief hebben onderkend, bewijzen de vele legenden, sagen, mythen en verhalen waarin het bloed een mystieke of magische kracht wordt toegekend.
Bloed werd altijd bezien als zijnde de bron van het leven, en men sprak ook over goed bloed en edel bloed. Hieruit blijkt dat men de kracht en het belang van het ras onderkende en zelfs vereerde. Vandaar de centrale en sacrale rol die het bloed vaak toegedicht werd in religieuze en mystieke rituelen en ceremoniën.
Wij van het NLHF zetten deze traditie voort en erkennen het belang van bloed als wetgever en raadgever van de geest.
O. / NlHF